Interview

“Vinyl komt terug, mensen willen weer iets tastbaars”

mark

Aangezien het niet knalgroot op mijn voorhoofd staat, zal vast niemand zich bedacht hebben dat ik naast een groot aantal andere muziekstromingen best wel eens een acidluisteraar zou kunnen zijn. Een muziekstroming die niet altijd in de picture staat, maar wel vertegenwoordigd wordt door een platenlabel in Den Bosch. ‘Acid en pláten, je bedoelt lp’s, langspeelplaten?’ ‘Jaha.’ ‘Wordt het nog mooier?’ ‘Absoluut!’ Want ik interview eMeL, dj en eigenaar van label Koncept Kore.

Hoe is dit label tot stand gekomen?techno sucks
“Bij Tekno Sucks Records (TSR) bracht ik al muziek uit. Op een gegeven moment was dat zo veel dat ik in samenwerking met hen een sublabel uitgebracht heb. Er werd tegen me gezegd: ‘Dan bepaal jij wat erop komt. Jij gaat dat doen. Het label doen we samen.’ Zo kwam de eerste soloplaat, Koncept Kore 1 uit. In 2004 had ik al Dosis Decibel, de muziek die toen uitgebracht werd was niet helemaal ons ding, wij wilden Drum n Bass en techno mixen. Dat zijn we toen gaan doen. We konden toen zelf beginnen, zelf een soundsystem oprichten.”

Wat vind je dat de uitstraling van het label moet zijn?
“Wij brengen niks uit op mp3, er is maar heel weinig te downloaden, ons medium is vinyl. Als ik een liveset wil zien, dan ook een analoge. Geen laptop, dat is geen liveset. En het grappige is natuurlijk, ik produceer het digitaal. Maar het spelen, de sound, moet analoog zijn. Koncept Kore is donkere mental acidtechno. Eind jaren ’70, begin ’80 had je dingen als Joy Division. Wij maken van daar een vertaalslag naar elektronische muziek. Het logo moet daar ook bij passen: donker, melancholisch. In principe moet het logo al t-shirts verkopen. Het moet een op zichzelf staand iets zijn. Je wil niet weten hoeveel mensen dat logo kennen. Je moet iets grijpends hebben, iets triggert ze om het te kopen.”

Markie

Jullie zijn een subsabel van TSR, wordt er ook samengewerkt met andere labels?
“In principe met Dosis Decibel. Iemand anders heeft daar het stokje overgenomen, ik werk er nog mee samen. Sowieso sta ik achter elke samenwerking die een label wil aangaan. Ik sta altijd heel erg open om muziek uit te brengen. Andere labels mogen best een keer iets van mij gebruiken, het is allemaal m’n eigen muziek. Ik probeer gewoon mensen te bereiken met goede muziek. Niet voor het geld, maar goede muziek moet bij mensen terechtkomen.”

Welke feesten worden er door jullie gegeven?
“TSR doet labelavonden, en bij een nieuwe plaat een releaseparty. Veel in Rotterdam, of andere steden. Het grappige dat zoiets amper gebeurt in Den Bosch. Daar is echt 0 platform voor electronische muziek, het is allemaal nerdy of versplinterd. Terwijl er veel mensen bezig zijn met gave muziek, maar die shit krijgt geen kans hier. We hebben ook niet echt een denderend nachtleven.”

emelMet welke gedachte kiezen jullie ervoor platen uit te brengen?
“Zelf draai ik met vinyl, ik breng het eigenlijk uit voor mezelf, om te kunnen draaien. Andere mensen krijgen de kans om hun sound op vinyl uit te brengen en ook weer gedraaid te worden op underground feestjes. Veel mensen maken muziek die ik vet vind.”

Daarnaast worden er van jou nog platen uitgebracht bij een een ander label, hoe komt dit?
“Ik werk veel op Youtube en Soundcloud. Muzieklabels komen zelf met de vraag of ze iets uit mogen brengen. Platen zijn heel duur om uit te geven, als undergroundlabels iets willen uitbrengen op hun label zijn dat veel kosten die je niet hoeft te maken. Daarnaast krijgen meer mensen jouw muziek te horen. Maar het is nog veel meer een eer om gevraagd te worden door een label. Iemand heeft jouw muziek gehoord en vindt het gaaf, dan heb je echt zoiets van ‘wow iemand wil jou uitbrengen’. Iemand is erin geïnteresseerd, iemand wil jou steunen.”

Wat is de toekomst voor het uitbrengen op vinyl?
“Vinyl is weer een opkomende markt. Er wordt nu waarschijnlijk meer vinyl verkocht dan in 1985, dat is echt zo. Dit medium gaat de tand des tijds doorstaan. Mensen die lang willen genieten van muziek luisteren vanaf een plaat. Je kunt een plaat 100 jaar in de hoes in een normale, vochtvrije kast zetten, dan haal je die plaat na 100 jaar uit de hoes en die kan je gewoon draaien. Een cd overleeft niet zo lang. Platen zijn een directe verwerking, analoog, tastbaar. Mensen willen dat weer, tastbare dingen komen terug.”

(foto’s: Koncept Kore en TSR)

Advertisements

“Je moet een keer op je bek kunnen gaan”

Banzai‘Radio Banzai – Straight-up underground sound from the various scenes of Den Bosch, the Netherlands. Fuck commercialism, we do what we want – it’s useless to resist us!
A wide spectrum of DJs reside at the Banzai Studio – styles ranging from Techno, Acid, DnB, Hiphop, Reggae, Dub, Jungle, Hardcore, Minimal, Ambient, Folk, Jazz…u name it. Expect the unexpected!’

Ja, de biografie van Radio Banzai op Mixlr belooft wat. Ik interview Zenn Denn Bass, programmamaker op de bekendste Bossche undergroundzender.

Banzai wordt uitgezonden in een pand dat jaren gekraakt is geweest, al sinds de jaren ’70 wordt hier radio gemaakt. Van oorsprong was het een piratenzender, tot de etherflits in 2003. “Toentertijd was het heel erg een zender die een politieke boodschap uitdroeg. Nu zit ik alweer een jaar of vijftien bij Banzai. Ondertussen hebben we de overstap gemaakt naar internetradio en is het vooral lekker muziek uitzenden.”

Op de zender wordt iedere avond uitgezonden, met een non-commerciële insteek die vooral draait op het enthousiasme van iedereen die er aan meewerkt. “In de regels staat dat er geen reclame gemaakt wordt. Dj’s mogen wel adverteren voor hun eigen feest, maar we genereren er geen inkomsten mee. Iedereen die draait, betaalt contributie, zo financieren we de hele boel.” Alle moeite die in de zender gestoken wordt, is makkelijk te begrijpen wanneer Zenn verder vertelt: “Het is een fijne studio, iedereen kan z’n ding doen hier, daarom is het elke avond anders. Soms nemen dj’s gasten mee die ook draaien. Elkaar nieuwe platen laten horen, de grappige momenten die ontstaan, dat is gewoon hartstikke tof.”

“Je hebt hier mogelijkheden, het is een podium, een oefenruimte voor dj’s. Mensen kunnen hier goed leren draaien en hun platen ontdekken. Als je elke week met hetzelfde tasje platen aan komt zetten, moet je op een gegeven moment echt wel eens kijken wat er op die gare B-kant staat.” Hier is geen woord te veel van gezegd. Er zijn genoeg voorbeelden van artiesten die gedraaid hebben bij Banzai of groepen die elkaar zo gevonden hebben. Voor namen als Glow, Patta Crew, Zodiak en Pacha Mama is Radio Banzai een springplank geweest.

De politieke boodschap blijkt er wel nog ergens in de zitten, vooral zodra Zenn over de cultuur in Den Bosch vertelt. “Het is heel triest, er lijkt geen ruimte te zijn om te experimenteren. Overal houdt men strak vast aan budgetten en deurinkomsten die gehaald moeten worden. Het kan best zijn dat een feest wat voor het eerst gehouden wordt, niet meteen een daverend succes is. Dat is toch niet raar? Je moet een keer op je bek kunnen gaan. Maar het gebeurt vaak dat een tweede editie dan niet gehouden wordt.”

Telt dit alleen voor Den Bosch, of is dat in andere steden ook zo, vraag ik me af. “Nou, het is natuurlijk mijn visie, maar ik heb het idee dat bijvoorbeeld bij de Hall of Fame in Tilburg een stuk soepeler omgegaan wordt met ideeën. Als je iets gaafs weet, kun je er daar wel mee aankomen. Ik organiseer zelf ook feesten. Dat doe ik nooit voor het geld, alleen voor het plezier. En zo denken meer mensen erover. Natuurlijk zit je met bepaalde kosten, maar quitte spelen is toch ook al goed als je het voor de fun doet?”

zenn

“Als je in een stad woont, weet je dat er herrie gemaakt wordt. Maar veel feesten die wat mij betreft in de binnenstad horen, worden verplaatst naar de Pettelaar. Daar gaat dan een hek omheen en je flesje water mag je inleveren bij binnenkomst. Zoiets als Hiphop in Duketown hoort op de Parade, of de markt. Het moet in het zicht zijn, anders verras je ook niemand. Je wordt nu door allerlei regeltjes en dingetjes ingeperkt, dat vind ik echt repressie. Er wordt gewoon uit angst gehandeld, alles wat een beetje anders is, lijkt niet te kunnen. Het is meer de mentaliteit waar het om gaat, waarom staat er twee weken een carnavalsmoskee op de markt, maar is er geen Popwerk meer?” Aldus Zenn, over de mentaliteit in de stad.

Wat zou er dan anders moeten in de stad? “Er wordt zo streng vastgehouden aan sluitingstijden en er is een gebrek aan gave clubs, er mist diversiteit. Alles is zo veilig, het snijdt geen hout. Ik wil nieuwe dingen horen, juist wat ik niet ken, minder middle of the road. Den Bosch is ingeslapen en mag wel weer eens wakker worden. Er komt talent uit de stad, maar dat kan zich hier niet meer ontwikkelen, dus het gaat weg. Dat is zo ontzettend jammer, cultuur en muziek is voor iedereen. Het is natuurlijk makkelijk praten vanaf de zijlijn, maar toch. Er zijn bepaalde grenzen, maar je moet een beetje uit de bocht kunnen vliegen.”

(foto’s: Radio Banzai)

“Je komt met de band op de meest geweldige feesten”

Marcel van Hassel is sinds 2008 technicus voor Straight from the Fridge (SftF). Daarnaast is hij onder andere huistechnicus en verzorgt veel opnames. Op 15-jarige leeftijd kwamen zijn eerste geluidsklusjes bij verhuurbedrijven. Hoewel hij nog steeds studeert: muziektechnologie (hoe kan het ook anders?), weerhoudt dit hem er niet van zo vaak mogelijk mee te gaan als de band een gig heeft.

“Als ik onderweg ben naar een optreden merk ik vaak dat ik er nog helemaal geen zin in heb. Er zit nog een soundcheck aan te komen, die meestal snel moet. Er moet nog omgebouwd worden na een andere band en het kan natuurlijk altijd zijn dat er iets niet werkt. Zodra die momenten eenmaal zijn geweest is het alleen nog maar gaaf. Onze tourmanager is echt de bandmama, die haalt heel veel druk weg. Ze regelt alles, van eten tot parkeerplaats. Als er een optreden is, krijg ik eerst een mail van haar met alle informatie. Zodra ik op locatie kom, is het meeste al geregeld. Soms is het op het laatst alsnog veel stressen, maar dat is echt part of the job.

marcel

Op de backline na wordt de apparatuur zo veel mogelijk op locatie geregeld. Het kan dus af en toe gebeuren dat er maar drie microfoons zijn voor de hele band, of dat een versterker niet zo goed werkt. Of de locatie zelf, dat die bijvoorbeeld een moeilijke vorm heeft en het geluid minder mooi klinkt. Maar het is dan juist de kick om in zo’n situatie een mooi optreden neer te zetten. Problemen geven een extra uitdaging, maar ik vind dat ik daarmee moet kunne dealen. Gelukkig lukt dat vaak ook. Wat mensen soms wel vergeten is dat zelfs de beste technicus niet alles op kan lossen. Een valse noot blijft een valse noot en een akoestisch vervelende zaal helpt ook niet mee.

Mijn werk is het zo goed mogelijk overbrengen van de band, hierom is het wederzijds vertrouwen heel belangrijk. Ik denk dan ook dat het heel goed is om als technicus zelf een instrument te bespelen. Dan snap je beter hoe het werkt en de band weet dat jij snapt wat je aan het doen bent. Dat komt het vertrouwen echt ten goede. Als de band een demo opneemt, ben ik er meestal niet bij. Het is gezond om met meerdere mensen naar een track te kijken, iemand anders luistert op een andere manier. Alleen maar goed dus. Het bijzondere aan SftF is denk ik dat ze mee kunnen met meerdere genres. De toegankelijkheid van de band, ook voor verschillende leeftijden. Ze zijn jazzy en pop, zo hebben ze zowel bij 3FM als Radio 6 opgetreden. Op de een of andere manier zijn mensen altijd heel positief over de band en de liedjes, toch de sfeer die ze meenemen denk ik.

marcel 2

Een tijd terug begon de band te spelen op het Minderbroedersplein in Den Bosch, eerst was er bijna niemand maar aan het eind stond alles vol. Van zulke momenten geniet je echt wel, ook als technicus. Een van de leukste optredens was voor een krat bier, de band speelde toen voor geestelijk gehandicapte jongeren. Dat was echt het leukste publiek ooit, ze wilden op het podium meedansen en een jongen heeft nog gitaar meegespeeld. Sowieso kom je met de band op bizarre locaties en feesten terecht. Bijvoorbeeld een studentenfeest in Delft, ‘s middags werden we opgehaald door iemand in een Audi. Bij aankomst moest alles tien trappen op en daarna werd er goed gefeest. Iedereen was enthousiast en ‘kaal’: op een vrolijke manier dronken. Wij waren toen een jaar of 16 en dit was onze eerste ervaring met het studentenleven, dus dat was heel gaaf.

Mensen vragen weleens of ik het niet erg vind om buiten de schijnwerpers te staan. Als ik werk, kom ik andere technici tegen waarmee ik goed kan praten. Daarnaast is de band een ontzettend gezellige vriendengroep, zij doen hun ding en ik doe ook gewoon wat ik leuk vind.”

(foto’s: Artistiek Festival, Irene de Vocht)

“De Bossche scene heeft heel erg een eigen mening”

P79

In de donkere krochten van het VVV wordt ieder weekend wat af gefeest. Eigenaar Ruud Bruins gooit zijn tent speciaal open voor dit interview. Gelukkig behoeft P79 verder geen inleidende woorden, het enige wat nog van belang is, is de agenda.

“De teksten trekken mensen aan in live muziek, het kan confronterend zijn, of vreselijk mooi. Het kan muzikaal iets met je emotie doen. Er is geen betere psycholoog dan muziek, denk ik dan. Zo lang mogelijk en zo veel mogelijk. Met een dj is dat hetzelfde, een goede kan een bepaalde opbouw, een spanningsboog in zijn set creëren. Als hij dan ook nog laat zien dat hij technisch heel goed is, dan is het helemaal af. Iedereen die denkt dat het alleen maar knopjes draaien is, moet het zelf maar eens proberen. Het is soms een beetje een ondergeschoven kindje wat veel meer aandacht verdient.”

Over het sluiten van de Rode PimpernelSONY DSC
“De uitbater van de Pimpernel heeft gekozen om de optredens gratis te doen, dat heeft hem ook geen windeieren gelegd. Wij moesten in de programmering gaan schiften omdat we een entreeprijs vragen. Lange tijd hebben we summier geprogrammeerd, er was veel concurrentie. Nu is het afwachten, we hebben weer meer optredens gehad. Tributebands doen het goed, singer-songwriters minder. Het kan heel mooi zijn, maar voor veel mensen is het zondagmiddag-bandje-kijken toch onlosmakelijk verbonden met het glaasje bier. Dan werkt het een toch een stuk beter dan het ander. Het is een beetje aftasten wat men wil.”

Band met de regio
“De zaterdagavond is echt voor regionale bandjes, dan mag het 5 kilometer buiten Den Bosch liggen. Ik wil mensen best een podium bieden, maar muziek is een hobby. Hobby’s kosten per definitie geld, maar als ik thuis kom en zeg: ‘Ik had gister weer een leuke avond, die heeft me 500 euro gekost’, dan zijn ze niet blij. Dus worden bands met een aanhang wel vaker geboekt, ja. Ik wil muziek die ik zelf leuk vind, en die de veertiger aanspreekt, op de zondagmiddag is dat het publiek wat hier komt.”

Goed, beter, best
“Een breed publiek moet hier aan zijn trekken komen, zo lang het maar een beetje alternatief is. Di-rect heeft hier gestaan, Kensington, Racoon, Krezip en Beef. Di-rect is een bevriend bandje geworden, die kwamen hier toen ze een jaar of 16 waren. Maar om nou een favoriet te kiezen, dat gaat eigenlijk niet. Er zijn zoveel goede bandjes die binnenkomen, inpluggen en gewoon een retestrakke set spelen. Tributebandjes hetzelfde verhaal. Ik doe anderen echt te kort als ik een favoriet kies. De Dave Matthews Band (DMB) zou ik heel graag hier nog een keer neerzetten, maar dat kan ik nooit betalen. In de toekomst gaan de Kevin Costners het wel maken, die zijn al groot, maar kunnen nog veel groter. Ga het album luisteren en je bent verkocht.”

Den Bosch in de toekomst?
“Het is in de stad hier een beetje not done om zowel dj’s te hebben, als rockbandjes te laten spelen. Hoewel de W2 nu ook wat meer die kant op gaat, nu ze een danceprogrammeur hebben aangesteld. De Bossche scene heeft heel erg een eigen mening, je kunt iets neerzetten wat ontzettend gaaf is, en er komen vijf mensen op af. Er zijn er dan bij die klagen: ‘er is niks voor ons’. Dat klopt niet helemaal toch? Er moet geïnvesteerd worden aan de onderkant. Als er weinig oefenruimtes en podia zijn, zal er nooit een scene ontstaan. Popcursussen, het Popcollectief, oefenruimtes en mensen die geïnteresseerd worden in muziek, dat mist Den Bosch echt. Bezuinigingen hebben daar ook flink aan meegewerkt. Een bandje mag ook hier aankloppen, van mij mogen ze komen spelen. Laat ze zich maar melden, dan krijgen ze een biertje, en daarna op dat podium, ga maar herrie maken!”

(foto: http://www.p79.nl, 3voor12)

“Op een gegeven moment ga je mensen uit het publiek herkennen”

Vrijdag 24 en zaterdag 25 oktober was het B*There festival op de Parade in Den Bosch. En waarom? De organisatoren vinden dat ‘Den Bosch wel wat meer mag bruisen,’ zo zeggen ze op hun site. Het festival richt zich op jongeren en wordt dit jaar voor de negende keer gehouden.

Het is duidelijk te zien dat meerdere culturele instellingen meegewerkt hebben aan de aankleding van het feest. Er zijn hoge stellages, de ‘lichtcontrole’ en grote schilderingen om het terrein vorm te geven. De grote containers waar van alles te zien en te doen is, komen op verschillende plekken terug. In sommige hangen beeldschermen, op andere is met graffiti een piece gespoten. Alles bij elkaar zorgt voor een aankleding die ik verrassend vond en niet op veel andere plekken tegen ben gekomen.

IMG_1849

Ik spreek Dirk Voets van Straight from the Fridge, een Bossche funk- en soulband. In 2008 speelde hij al saxofoon bij de band en nu ragt hij daar op een basgitaar. Op zondagavond vertelt hij in de Cordes over het festival, publiek en optreden.

“Je zou wel kunnen zeggen dat we iets hebben met B*There. Via hen hebben we de kans gehad om een clip op te nemen, die staat op youtube en werd de festival tune. We hebben hier meerdere malen gespeeld, volgens mij was onze allereerste EP release ook op B*There. In het optreden vrijdag hadden we van tevoren al heel veel zin, op het podium was denk ik goed te zien dat we echt plezier maakten. De energie was er zeker. Het publiek was aan het begin een beetje afwachtend, maar daarna stonden ze lekker te dansen. De meeste bandleden spelen het liefst ‚Let it go’. Niet eens perse dat dat de favoriet is, maar er gebeurt iets in de band, het rockt gewoon. De aankleding van het festival was leuk, kleurrijk, veel te zien. Ik ben langs heel veel bandjes geweest, de Koppensnellers waren tof, hun concept ook. Voor ons is het toch een beetje een thuiswedstrijd, om in Den Bosch te spelen, op een gegeven moment ga je ook mensen uit het publiek herkennen die vaker komen. Sowieso blijft optreden leuk, soms spannend: de reacties uit het publiek, het samenzijn en vooral het muziek maken met elkaar.”

“Ik heb nog handtekeningen opgehaald om MTV op de buis te krijgen”

Robert Gabrielse is in Den Bosch eigenlijk vooral bekend als Dj Kuif of gewoon Kuif. Ooit begon hij bij een Nederlandstalig bandje uit de regio, ondertussen heeft hij onder meer werk gedaan als dj, muzikant, programmeur, organisator en producer. Niet alleen in kroegen en cafés hier kun je hem langs zien komen, maar ook bijvoorbeeld bij Studio in Tilburg. Vandaag met hem een interview over zijn leven en de cultuur in de stad.

Je hebt in je jeugd muziek leren maken, hoe ging dat?
“Wij mochten thuis een instrument kiezen, ik koos voor gitaar. Voor je op de muziekschool kon komen moest je eerst blokfluit leren spelen, verschrikkelijk. Daarna speelde ik vooral akoestische gitaar. Op de muziekschool waren workshops om samen muziek te maken, toen is het samen spelen begonnen. Rond mijn 18e had je in de W2 rock-popcursussen, later kwam ik daar met een bandje repeteren. Als je goed genoeg was, mocht je optreden op Boschkilde. Dat was toen wel echt de shit.”

Ook in latere jaren ben je altijd in de muziek gebleven, wat heb je zoal gedaan?
“In ’94 ben ik in het Plein begonnen, onder andere met organiseren en programmeren, er werden ook jamsessies gehouden. Het W2 Popcollectief had een blaadje: Popcall, waar ik aan meewerkte. Iedere gemeente mocht nog voor zichzelf bepalen of ze MTV op de buis wilden, Den Bosch was een van de laatste waar nog geen MTV was. Voor het Popcollectief heb ik handtekeningen opgehaald om het hier ook op tv te krijgen.”

IMG_0603

Wat waren de tenten waar het te doen was in de stad?
“Rond mijn twintigste ging ik echt Den Bosch ontdekken. De Kakatoe, waar nu Reinders zit, was echt de muzikale plek van Den Bosch. Iedereen die een instrument bespeelde kwam daarheen. Er werden veel jamsessies gehouden, die ontstonden ook weleens spontaan. Vooral in de jazz/blues sfeer. Dan had je de Boortoren bij de Havensingel, wat meer een swingtent was, ik draaide daar in die tijd, echt heel gaaf. Er was alleen alternatieve muziek, geen enkele andere plek deed dat toen. Voor optredens kon je op maandag naar café Boulevard en op dinsdag naar de Welvaart, daar ben ik vaak geweest.”

Je bent veel naar jamsessies geweest, wat trok jou hierin aan?
“Er komen daar altijd mensen met wie je anders niet direct in contact zou komen en waar je ook niet mee zou oefenen. Op een gegeven moment ben ik me meer gaan ontwikkelen als gitarist en ging ik ook meer jammen in de Laat Maar. Biertje erbij en steeds met nieuwe mensen spelen, nieuwe inspiratie opdoen. Jammer dat er nu zo weinig sessies meer zijn.”

caf-laat-maar_resized

Wat zijn de grootste veranderingen in de muziekwereld, gekeken naar het nu?
“De wereld is gewoon veranderd. Een platencontract bestaat eigenlijk bijna niet meer, een label wil nu zien dat je al een heel album bij elkaar hebt en dat je je eigen PR doet, voordat ze interesse hebben. Tegenwoordig moet er al van alles op je Soundcloud of Youtube staan, zeker als je je wil profileren in een andere stad. Je moet op veel meer vlakken thuis zijn.
Waar vooral heel veel verschil in zit zijn de platenzaken. Veel mensen kennen dat tegenwoordig niet eens meer, niet in de vorm hoe ze toen waren. Sommige mensen hadden een vakje, waar de eigenaar dan platen in bewaarde voor ze. Je kreeg advies, zo van: ‘Hee jij vindt dit leuk, dan moet je dat eens checken.’ Paulus Tops bijvoorbeeld, heeft een grote functie gehad (tot 2002). Hij was echt promoter van alternatieve muziek. Als er popmuziek was die hij heel slecht vond, dan vertikte hij het gewoon om dat te verkopen. Het is heel grappig, de eerste plaat van Rage Against The Machine heeft hij ontzettend gepromoot, gewoon omdat hij hem zo gaaf vond. Dat heeft hij die jongens ook nog verteld toen ze hun eerste optreden in de Melkweg hadden, die vroegen zich af waarom ze het zo goed deden in Den Bosch.”

Welke muzikale trends zie je op het moment?
“Iets wat echt van deze tijd is, is het samenwerken van een dj met andere muzikanten of ook een zanger(es). Er is dan echt wat om naar te kijken. Aan de andere kant zie je nu de singer-songwriter, iemand met een barkruk en een gitaartje op een podium, heel rustig. Verder doen tributebands het goed, die geven mensen een gevoel van retro. Wat je ook vaak ziet zijn de conceptfeesten, een bepaalde sfeer waar een tent voor gaat. De organisatoren zorgen ook voor de flyers en de promotie. Alles wordt dan geregeld. Genres blijven, een houseavond is nog steeds een houseavond, maar er zijn tegenwoordig verschillende mengvormen, disciplines die samenkomen. Niet alleen muziek, ook comedy of kunst.”

(foto: http://www.wawik.nl)

“Het beleid doodt de creativiteit”

Vrijdag 3 oktober is heel Den Bosch in touw geweest voor de Popronde. Om al de muzikanten die dag een podium te geven zijn veel vergunningen en ontheffingen vereist. In dit geval gaat het om een groot evenement maar bij andere optredens hebben organisatoren en horecaondernemers net zo goed met deze regels te maken. Zo ook Roel van Dongen, hij organiseert een jamsessie bij café Lohengrin.

Geïnteresseerden kunnen zelf ook live optredens organiseren en mogen hiervoor subsidie aanvragen. Bij de gemeente kunnen ze terecht voor meer informatie, vergunningen en Bewoners Initiatief Gelden om het evenement mee te financieren.

(foto: Ton Nolles)